In het Diepst van de Nacht

In het diepst van de nacht
werd iets hoog in de lucht
tot ontploffing gebracht

door een hogere macht
werd ons vrolijk gehucht
in het diepst van de nacht

met onwereldse kracht
na een burengerucht
tot ontploffing gebracht:

Advertisements

De Laatste Zucht

Wakker in de nacht
dacht ik aan de dood –
dansend licht stroomt zacht
door het ochtendrood

voor de zon verschijnt
waar zij eerder scheen –
iedereen verdwijnt,
niemand weet waarheen.

En ontworteld bloeit
de verloren soort;
om te sterven groeit
wie geboren wordt:

Mijn Troostend Bloed

Gedrochten kropen uit het klei,
melaatsen huppelden voorbij.

Ik gaf geen antwoord op zijn vragen;
mijn lichaam dansend op hun slagen.

Mijn troostend bloed het zocht een plek;

De Juiste Ambiance

De zwepen zingen.
De poken gloeien.
De wonden sproeien.
De dwijlen wringen

(die’t bloed opvingen).
In’t vlees de roeien-
de zwepen dringen!

De poken schroeien!

Pappa Heeft een Andere Mamma

Ik moet je iets zeggen, ook al klinkt het wat cru
Pappa heeft een andere mamma nu.

Eet is wat meer aardappelen pas op met die sju
Pappa heeft een andere mamma nu.

Zoetermeer

Een dromerig gevoel;
een ongedwongen sfeer –
Dit is wat ik begeer:
Een leven zonder doel

in een versleten stoel;
een huis in Zoetermeer.
Een dromerig gevoel;

een ongedwongen sfeer.
De nachten schoon en zwoel

Krijsend Ging de Stad Verloren

Krijsend ging de stad verloren;
Sodom’s goddeloze zonen –
brandend in het ochtendgloren:

alle huizen en kantoren.
Eén familie kon ontkomen –
Krijsend ging de stad verloren.

Bakenen van Gode’s toorn
(door neef Abram waargenomen)
brandend in het ochtendgloren.

De Baadsters

Ze zepen zich met zachte sponzen in
en laten mij het ritueel beschrijven,
maar tonen niet voor niets de naakte lijven:
er was een gleuf gemaakt voor het gewin.

En deponeerde men hierin twee schijven
dan activeerde dit een schakeling
waarmee één van de luiken openging
waardoor ik voor de duur van openblijven

Melittaas Grafschrift

Hier ligt een vroeg gekraakte bloem,
Des dorpelings lust, der maagden roem
Op ’t mulle grafbed neder.

Geen lelie had ooit schoner zwier,
Niet slanker is de populier
Niet reiziger de ceder.

Bruin Boven Blond

Ruilt nooit uw verf, bevallige Bruinetten,
Voor blanke kleur of blonde kuif
De roos verbleekt voor bruine violetten,
De witte wijkt de purpren druif.

De bloesemknop, zo teêr, zo ligt verstoven,
Zwigt voor de rijpe kers in geur.
De staatige eik, hoe bruin van verw, praalt boven
De taaije wilgen, wit van kleur.

Daar Wordt Pappa Vrolijk Van (Liefdesbrief aan een vrouw van 31)

Je krijgt een aai over je bol.
Niet praten met je mondje vol.
Je kijkt omhoog als je voor me zit.
De melktandjes in je gebit.
Ja daar wordt pappa vrolijk van.

Een klodder hier en een klodder daar;
de strikjes in je rode haar.
De ingekleurde tekenplaat.
Je lippen glanzend van het zaad.
Daar wordt je pappa vrolijk van.

Het Zachte Raadsel

Ze maakt zich op in’t ochtendlicht
en wekt de lijnen schoon en edel;
de zachte huid van haar gezicht
bedekt een anonieme schedel.

Izébel schminkt de ogen zwart
en schikt het opgestoken haar.
Ze maakt geen moordkuil van haar hart
en groet de koningsmoordenaar.